zondag 8 juli 2012

8 juli, van Umlani naar Hazyview

Zondag 8 juli

Heerlijk geslapen in de hut en eindelijk weer eens 8 uur slaap gehad! We zijn wel een paar keer wakker geworden van het gehuil van hyena’s rondom het kamp, en het gesnuffel en gehijg van die beesten bij ons huisje.
Om tien voor 6 worden we gewekt. We douchen ons buiten en gaan dan naar de kampvuurhut voor een kop koffie en een muffin. De meeste mensen zijn nog slaperig en dus stil. Zo niet de Engelse dame die om kwart over zes tegen ons begint over de ‘oh so delicious herbal tea that can only be bought in South Africa’. En of wij er ook zo van houden, ‘cause it’s so tasty, so delicious’. We besluiten een eindje te gaan wandelen tot iedereen klaar is.


De jeeps voor de ochtendsafari staan al klaar. Het is nog koud, dus lange broek en jas aan. In de jeeps liggen dekens, dat blijkt vanochtend geen overbodige luxe. De guide voor vandaag is Marco, eigenaar van Umlani Bush Camp. Met ons zit een Engels gezin in de jeep. Geen spoorzoeker voorop de jeep vandaag.
De opkomende zon geeft een mooi zacht licht over de vlakte. Na de gebruikelijke impala’s komen we een kudde buffels tegen. Nog meer dan bij de safari van gisteravond, rijdt de gids van vandaag de jeep van de paden af. Hij zet de jeep tot een paar meter van de buffels af, midden tussen de struiken en bomen. De buffels lijken zich er weinig van aan te trekken en sjokken gemoedelijk vlak langs de jeep om zich van zeer dichtbij te laten bekijken. Kolossale beesten zijn het, die met hun grote hoorn die uit een stuk bestaat, lijken op deftige oude mannen met een middenscheiding.


De vogeltjes op de ruggen van de buffels leiden tot de volgende Cito-vraag:
Waarom zitten er soms vogels op de rug van de buffel?
  1. Omdat de vogels dan hoog zitten en beter om zich heen kunnen kijken.
  2. Omdat de vogels de insecten van de rug van de buffel willen opeten.
  3. Omdat de vogels het lekker warm vinden op de rug van de buffel.
  4. Omdat de vogels te lui zijn om te vliegen.

Na de buffels komen we twee jakhalzen tegen. Wat een vreselijk lelijke beesten zijn dat. En wat zijn ze groot, veel groter dan we vooraf hadden bedacht. Achterdochtig kijken ze achterom naar onze jeep. Of is dit negatieve beeld dat wij bij deze beesten hebben ontstaan door de film Lion King? Ze laten hun jongen achter in een termietenbult, en vinden het blijkbaar niet eens erg dat wij daar gaan kijken. Het jong vindt het wel spannend, zo’n jeep voor de deur, want hij piept even uit het gat om te kijken wie die bezoekers nou zijn.


Een kudu schiet vliegensvlug voor de jeep over het pad. Kudu’s zijn grote antilopen met prachtige strepen op hun lijf en grote gekrulde hoorns. Als ze rennen, plaatsen ze hun achterpoten op de plek waar de voorpoten net hebben gestaan.


Via de radioverbinding hoort de guide dat er een luipaard is gesignaleerd dat met zijn prooi boven in een boom zit. Hij rijdt er naar toe, maar hoort op het moment dat we aankomen dat het luipaard zijn impala uit de boom heeft gemikt en ermee vertrokken is. De guide gooit de jeep weer in de bush (dit zou voor Nederland onvoorstelbaar zijn, Natuurmonumenten heeft bij ons nog nèt geen hekken om de paden gezet) en rijdt net zo lang tussen struiken en bomen door tot hij hem gevonden heeft. Onvoorstelbaar dat het hem lukt, want het luipaard ligt verscholen tussen gras en struiken en is bijna niet te zien. Marco zet de jeep op een paar meter afstand en we zien het luipaard liggen en druk sjorrend aan zijn prooi. 


Het getrek van het vlees van de botten, het likken met de ruwe tong, we horen en we zien het van zeer dichtbij. Wat een prachtig schouwspel! Zo nu en dan gaat het dier rechtop zitten en kijkt om zich heen, om zich vervolgens weer op zijn maaltijd te storten. Zeker een kwartier zitten we te kijken, tot het beest er genoeg van heeft en razend snel in een boom klimt. Marco rijdt de jeep terug naar het pad en daar zien we een tweede luipaard, een jonger exemplaar, op weg naar de boom waar nummer een ligt.


We rijden verder en komen bij het water, waar meerdere jeeps staan. We zijn net te laat voor het schouwspel van de olifanten die ten strijde trokken, horen we. Er blijken vlak voor wij er waren maar liefst 40 olifanten te hebben gestaan, die onder luid getrompetter (dat hebben we inderdaad wel gehoord!) het bos introkken. Nu zijn er nog een paar over. Twee van hen gaan stoeien, slaan de slurven ineen en jagen elkaar voor- en achteruit. Klapperend met de oren, duwend met de koppen, het is een waar theaterstuk.


We rijden nog een stuk verder naar een volgend meer. Zebra’s en impala’s staan er te drinken en vormen met hun spiegelbeeld in het water een prachtig plaatje.


We stappen uit de jeep en drinken koffie. Het is ’s ochtends half 9, wij staan midden in Zuid-Afrika, hebben net een luipaard van zeer nabij gezien en staan nu koffie te drinken met aan de overkant de wilde dieren. Wat een ervaring.



Tijd voor het ontbijt, we gaan terug naar Umlani Bush Camp. Ieder heeft weer zijn eigen verhalen, want er waren drie jeeps onderweg. De opwinding is groot, en geeft ook rare situaties. “Wij zagen twee leeuwen, twee hele grote. Jullie zagen een luipaard? Oh, die hadden wij al veel eerder gezien.” Grappig, het lijkt bij sommige reizigers alsof je status moet worden afgemeten aan wat je hebt gespot! 


Na het ontbijt pakken we onze koffers in en vertrekken. Ook hier een hartelijk afscheid, compleet met drie zoenen van ranger David.

We rijden de lange weg terug van Umlani naar Hoedspruit. Van hieraf gaan we tussen sinaasappelplantages door naar het begin van de Drakensbergen. We stoppen bij een benzinepomp met daaromheen een paar winkeltjes en een rij kramen met citrusvruchten.


Met een kop koffie en een plak cake bekijken we de bedrijvigheid daar. Een bus vol nonnen, die als ze door hebben dat wij foto’s maken, gewillig voor ons gaan staan om gefotografeerd te worden.


Het kleine jongetje met zijn auto, die graag op de foto wil maar van zijn vader niet mag. Als ik een tweede keer langskom, mag het wel en grijnst hij breed als hij ziet hoe de foto geworden is. Freedom heet hij, en met een high five nemen we afscheid van elkaar.


De dames bij de sinaasappelkramen aan de overkant, die al die tijd niets verkopen maar steeds nieuwe  zakken vullen.



We rijden door de Blyde Canyon de Panoramaroute. Onderweg kopen we wat souvenirs bij een kraampje aan de weg. Mooie handel: een aardewerken kip kost 30 rand, twee kippen 60 en drie kippen 100 rand.


We willen de drie rondavels bekijken, bergen die eruit zien zoals de Afrikaanse rondavelhuisjes. We moeten een hokje passeren waar de toegangsprijs betaald moet worden: vijf Rand (50 cent) per auto, en voor dit bedrag zijn drie werknemers in een mooi pak bij het hokje aanwezig. Een om ons aan te houden en te vertellen dat we moeten betalen, de tweede om de bon met de hand uit te schrijven en te stempelen, en de derde voor als het te druk wordt.


Het uitkijkpunt is prachtig. We zien de rivier de Blyde ver beneden ons, omringd door bergen en de drie beroemde rondavels. Doordat het een beetje heiig is, kunnen we niet echt zo ver kijken als de boekjes ons beloven. Maar ook dit uitzicht is zeer de moeite waard.


Omdat het al behoorlijk laat is en we nog een heel stuk moeten rijden, laten we God’s Window, dePinnacle en andere mooie dingen die we nog tegenkomen, voorbij gaan en rijden door. Morgen een hele dag om dit nog te doen.
We komen door Sabie, een wat grotere plaats. Sinds de rondleiding door de townships van Phalaborwa herkennen we nu de Mandelahuisjes: twee ramen, een deur en een golfplaten dak. In Sabie staan er er een paar aan de rand van de township.


Vlak voor Hazyview ligt onze Bed & Breakfast voor de komende twee nachten: Idle & Wild. We wanen ons in the Deep South van Amerika: een lange oprijlaan met aan weerszijden grote bomen, die door een plantage loopt. Aan het eind van de plantage ligt het grote huis, met daaromheen weer de rondavelhuisjes. We worden hartelijk ontvangen en naar ons huisje gebracht, dat ook weer in een prachtige tuin ligt. Het klimaat is hier subtropisch vertelt de receptioniste, en dat is aan de begroeiing te zien: sanseveria’s, crotons, ficussen, varens, het groeit hier tegen de klippen op. Felgekleurde vogels vliegen af en aan en maken voor ons volkomen onbekende geluiden. Naast ons huisje staat een stenen barbecue, er is een zwembad met sauna en een grote vijver in de tuin. Alweer een paradijs, het houdt niet op!


Als de deur van onze rondavel opengaat, weten we helemaal niet wat we zien: het huisje is erg groot, heeft openslaande tuindeuren, een keuken, douche uiteraard, maar ook een bubbelbad! We blijken in de honeymoonsuite te zitten! Wat een weelde!



We pakken onze koffers uit de auto en laten het bad vollopen. Heerlijk, dat gebubbel na een hele dag in de auto. Op advies van de receptioniste gaan we eten bij Hippo’s Hollow, een restaurant bij een groot hotelcomplex. Net als vrijwel alle hotels, bedrijven en grote huizen, is het complex omheind en staat er een bewaker bij de ingang. We parkeren de auto en lezen op het bord dat de directie van het hotel niet aansprakelijk gesteld kan worden voor schade aan personen of auto’s die toegebracht wordt door krokodillen en nijlpaarden! Zouden die beesten hier echt op de parkeerplaats lopen?
In het restaurant zien we echter dat ze er wel degelijk zijn. We eten op het terras, en in het water rondom het terras zwemmen kleine nijlpaarden. Af en toe komt er een op de kant en banjert over het gras. Geen idee of die beesten kunnen traplopen, maar wij zitten in elk geval hoog!
Terug bij Idle & Wild willen we de blogs van de vorige dagen uploaden, maar helaas werkt de wifi verbinding niet en er is ook niemand aanwezig om er naar te vragen. Dan morgen maar!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen